Wie is In eerste instantie liepen we tegen onwetendheid en ongerustheid aan?

‘Zelf heb je vermoedens dat er iets aan de hand is, maar die worden langzaamaan pas helder gemaakt door artsen en onderzoekers. Misschien was ik ook wel eigenwijs en trots en wilde ik dingen niet zien. Het besef moet indalen. Je blijft als vader immers lang hopen dat je zoon toch nog een ontwikkeling door gaat maken. Dat wonder zal echter nooit geschieden. Die emoties rondom de confrontatie met de realistische zaken is moeilijk. Daarbij heb je steun van anderen nodig. Je wordt met je neus op de feiten gedrukt en dat doet pijn. Andere kinderen ontwikkelen zich wel en die verhalen hoor je in jouw kring. Dat is zwaar en je moet dan op zoek naar de zingeving van het zorgen voor jouw kind. Je moet daarbij ook voor jezelf blijven zorgen.’