‘Mijn moeder en broer krijgen 24-uurs begeleiding, maar ik ben de achtervang. Ik coördineer. Ik bel als iets niet klopt. En als het misgaat, bellen ze mij.’ ‘De mantelzorgmakelaar was een uitzondering. Zij keek echt naar mij. Ze hoorde m’n frustraties aan, checkte in met hoe ík erbij zat. Dat voelde voor het eerst als … Lees verder

‘Ik kan de zorg tot op zekere hoogte delen. Mijn zoon heeft nu ambulante begeleiding. Dat scheelt enorm. En ik krijg hulp van de Wmo bij het schoonmaken van de woning van mijn zusje. Maar de echte coördinatie, financiën en het mentale draagvlak, dat blijft bij mij. Ik ben het aanspreekpunt. De enige die het … Lees verder

‘Bij mijn tante verliep dat goed. Mede door mijn ervaring met dementie wist ik wie ik moest bellen. Maar bij mijn vader liep ik tegen vage grenzen aan, bijvoorbeeld met de thuiszorg. Wie bestelt wat? Wie beslist wat? De ene keer ben je wel verantwoordelijk en de andere keer niet. Het was vaak verwarrend. Zelfs … Lees verder

‘De hulp was er wel, maar niet voor mij. Toen ik zestien was, zat ik in het systeem, maar werd ik er buiten gehouden. De hulpverleners spraken met mijn ouders, niet met mij. Ik had geen officiële status, dus ze vonden dat ik het wel aankon. Maar dat was niet zo. Ik werd niet serieus … Lees verder